Tijdens de verkiezingen kwam de term bestaanszekerheid heel erg veel voor in debatten, verkiezingsprogramma’s en interviews met politici en andere zelfverklaarde deskundigen. Opeens had iedereen in Den Haag het over zekerheid van bestaan.
De term bestaanszekerheid zweeft al langer door ons land. Een groot deel van de bevolking dreigt onder de armoedegrens te geraken of zit er al onder. Graaiflatie, een groeiende kloof tussen arm en rijk, grote zorgen over bestaanszekerheid, het lijkt zo nu en dan alsof Nederland in een aaneenschakeling van economische rampspoed stort.
Persoonlijk verbaasde het mij al een hele poos dat ondanks al die armoede en rampverhalen een plekje in een restaurant reserveren ruim van tevoren gedaan moest worden omdat je anders geen plekje meer kon vinden. Ook de enorme rijen op Schiphol voor verre vakantiebestemmingen vind ik niet stroken met alle armoede.
Deze week luisterde ik naar een interview met Peter Hein van Mulligen, hoofdeconoom bij het CBS. Hij vertelde iets opmerkelijks. In 35 jaar tijd is de koopkracht van Nederlanders met 58 procent gestegen. Dat blijkt uit een groot onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en de Universiteit Leiden. De ongelijkheid in inkomens bleef in de afgelopen 20 jaar vrijwel gelijk. Nederlandse huishoudens zijn er in het algemeen goed op vooruit gegaan, zonder dat dat ten koste ging van stijgende ongelijkheid. Overigens zijn er nog steeds een miljoen mensen die onder de armoedegrens leven, dat wel. Maar vroeger waren het er nog veel meer. In de afgelopen 30 jaar is het aantal gehalveerd!
Laten we dus stoppen met somberen. Mensen die onder de armoedegrens leven, moeten geholpen worden. Maar er zal altijd een groep mensen zijn die in de problemen komen, welke maatregelen je ook neemt.

