Polenhotel

Deze week las ik in de krant een artikel over een groep mensen die actie voeren tegen de vestiging van polenhotels ín of dichtbij dorpen.

De bezorgde burgers uit elf Nederlandse dorpen trekken samen op in hun strijd tegen de bouw van meer en grotere Polenhotels. Ze komen op voor hun eigen leefomgeving.
Neem bijvoorbeeld het Brabantse buurtschap Vrilkhoven met 100 inwoners waar de gemeente een complex voor 400 arbeidsmigranten wil toestaan. De dorpsbewoners zijn verbijsterd.

Nu is Vrilkhoven, een gehucht dat ik vóór deze week niet kende, wel een extreem voorbeeld met slechts 100 inwoners. Maar stel dat de gemeente Roosendaal zo’n polenhotel aan de rand van Wouwse Plantage zou plannen. Daar zou ik toch wel zenuwachtig van worden. Er is hier géén winkel en géén vertier voor de arbeidsmigranten. Ze zullen waarschijnlijk ’s avonds niet op hun kamertje blijven zitten.

Hier in Wouwse Plantage woont nu al een klein aantal arbeidsmigranten in bestaande woningen. Zolang het aantal beperkt is, heb je er geen last van. Je hebt er echter ook geen gemak van. Ze doen namelijk niet mee aan het dagelijks leven in het dorp, ze dragen niets bij. Als het er ineens 600 of meer zouden worden dan verandert de samenstelling van het dorp extreem waardoor overlast niet kan uitblijven en de sociale cohesie onder druk komt te staan. Het zou anders zijn als het zou gaan om een beperkt aantal gezinnen met de bedoeling om hier te blijven.

De vraag is of we al die arbeidsmigranten wel nodig hebben. De meeste arbeidsmigranten werken in lage lonen banen zoals in de (glas)tuinbouw en in distributiedozen.

Sectoren die slechts weinig bijdragen aan ons Bruto Nationaal Product. De toegevoegde waarde van de primaire landbouw bedroeg in 2019 11 miljard euro, oftewel slechts 1,4 procent van het Bruto Nationaal Product. Uitzendbureaus en tuinders verdienen er goed aan. Maar onze maatschappij heeft er last van, onder andere omdat er geen woonruimte voor ze is. En arbeidsmigranten zelf worden meestal uitgebuit.

Stoppen dus met die lage lonen arbeidsmigranten en overschakelen op Nederlands personeel. Als dat er niet voldoende is, dan is die bedrijfstak niet levensvatbaar of slechts op veel kleinere schaal.

Er zullen harde keuzes gemaakt moeten worden om alle crises in ons land te lijf te gaan. Het nieuwe kabinet dat er voorlopig nog niet is, staat voor grote uitdagingen. Maar als ze die uitdagingen aangaan met dezelfde doortastendheid als nu in de formatie, heb ik er weinig vertrouwen in. Ik heb het volgende liedje over de formatie van Lubach gepikt:

Maar het moet veel sneller!!!

En dan gaat het toch nog mis! Arme Geert, hij had er zo op gehoopt.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *