Je moet altijd nadenken over de toekomst. Als je jong bent, denk je na over schoolkeuze, daarna over een baan in de toekomst, een huis, trouwen etc. Op zeker moment moet je ook gaan nadenken over de dood. Wat moet er met mijn lijf gebeuren? Naast begraven en cremeren is er nu een derde optie: resomeren.
Even een korte uitleg. Het lichaam wordt in een wollen omhulsel in een stalen vat gedaan. Er wordt een kaliumhydroxide oplossing toegevoegd. Het geheel wordt verhit tot 100 – 150 graden. Binnen enkele uren wordt het lichaam bijna geheel afgebroken. Wat overblijft zijn vloeistof, botten en protheses. De botten worden vermalen tot een wit poeder dat in een urn kan worden gedaan of worden uitgestrooid. De vloeistof bevat geen DNA meer en kan gewoon in het riool weggespoeld worden.
In het krantenartikel werd het beschreven als “een heel elegante methode”. Ik weet niet of ik dit een passende omschrijving vind. Maar oké, het is een optie.
In ieder geval is er voor ieder wat wils. Ik kan me voorstellen dat de keuze die je maakt, verband houdt met de dingen die je tijdens je leven belangrijk vond. Voor ex-zwemmers en watersporters lijkt me resomeren heel geschikt. Mensen die van warmte houden en graag naar warme oorden op vakantie gaan, zullen zich juist graag laten cremeren. Dat geldt vermoedelijk ook voor bijvoorbeeld bakkers en glasblazers. Voor hoveniers, tuinliefhebbers met groene vingers en grondwerkers die onze glasvezelkabels in de grond leggen, is gewoon begraven de meest voor de hand liggende optie. Mensen met een administratieve functie moeten wellicht via ie wie waait weg hun keus bepalen.
Waarvoor zal ik zelf kiezen? Ik heb in mijn jonge jaren heel veel gezeild. Ik heb ook jaren een vijver in de tuin gehad (nog steeds een kleintje) en als jongetje was ik gek op vissen. Maar ik ga ook graag naar warme landen op vakantie. Ik roep altijd in de zomer “hoe heter hoe beter”. Daarnaast wroet ik ook graag in de tuin. Dus zou het eigenlijk een combinatie van de drie moeten worden. Eerst resomeren, dan de overgebleven botten cremeren en vervolgens de as op de composthoop deponeren. Zodat de as later met de compost in de tuin verwerkt kan worden. Nadeel is dat het wel een dure methode wordt. Wil ik dat mijn nageslacht wel aandoen want het gaat ten koste van de erfenis. Nog maar eens goed over denken dus.
Misschien moet ik het gewoon eenvoudig houden. Een rustig plekje op een kerkhof.

Ik moet er nog eens goed over nadenken, maar ben wel een voorstander van ‘opgeruimd staat netjes’. Met een beetje fantasie geldt dat natuurlijk voor alle aangeboden opties. Van één ding kun je zeker zijn, als je geen keuze maakt komt er altijd tóch een oplossing!