Wouwse Plantage is onderdeel van de gemeente Roosendaal. Ik las in de krant dat Roosendaal kampioen tegelwippen wil worden. Nu moest ik eerst even goed nadenken wat ik me bij tegelwippen moet voorstellen. Er zijn verschillende activiteiten te bedenken bij het woord tegelwippen, maar het artikel in de krant bracht duidelijkheid.
Het gaat erom dat de tegels in tuintjes vervangen worden door waterdoorlaatbare materialen. Het is ongetwijfeld een loffelijk streven van onze gemeente, maar tamelijk onrealistisch, utopisch zelfs denk ik. Van de 78 deelnemende gemeenten staat Roosendaal op de 52ste plek. Als het verschil met nummer 1 niet al te groot zou zijn, dan was het wellicht een haalbaar doel. Roosendaal staat nu op een score van 4,48 tegels per duizend inwoners. Maar de nummer 1, de gemeente Gorinchem, heeft een wel enorme voorsprong van 14.500 tegels per duizend inwoners.
De enige manier voor Roosendaal om een beetje in de buurt te komen, is door ’s nachts met enkele shovels ongevraagd tuinen te onttegelen. Veel tuinen, met name voortuinen, ook in mijn dorp, zijn een toppunt van fantasieloos bestraten. Waarschijnlijk met het idee dat het geen onderhoud nodig heeft. Eigenlijk gewoon luiheid dus. Laat ze maar komen die shovels!
Watermanagement
Het onttegelproject van Roosendaal is natuurlijk wel een goed idee. We zitten in Nederland namelijk met een groot waterprobleem. Was vroeger het probleem om water weg te houden (Deltawerken, onze dijken etc.), nu is het probleem om water vast te houden, o.a door te weinig regen in de zomer (wat momenteel wel meevalt overigens). Maar daarnaast is er nog het Boerenprobleem. Die willen een laag grondwaterniveau om goed op het land te kunnen rijden met hun terminatorachtige machines. Tegelijkertijd willen ze ook water aan de grond en sloten onttrekken om de gewassen in de zomer te besproeien. Nu zelfs al in het voorjaar! Met als gevolg dat beken, poelen, vennen enz. in de zomer droogvallen en al het waterleven sterft.
Vroeger hadden we een prins die gestudeerd had in watermanagement en in allerlei buitenlanden ging vertellen hoe je met het water moet omgaan. Nu hij koning is hoor ik hem niet meer over water. Ik denk dat hij bang is dat zijn kasteel geblokkeerd wordt door boze boeren met trekkers. Of misschien heeft Maxima hem verboden om zich ermee te bemoeien.
In mijn lagere schooltijd was ik altijd bij het water te vinden. In het boerenland, maar ook in dorpen en steden bestonden er sloten met stekelbaarsjes, kikkers, salamanders, vissen en ander waterleven. Voor mij was dat een eldorado. De wondere wereld van kikkerdril via kikkervisjes tot kikkers. Het driedoornig stekelbaarsje met zijn rode buik dat fanatiek zijn nest met eitjes verdedigde. Op school hing er een mooie plaat aan de wand waarop het onderwaterleven afgebeeld werd.
Helaas zijn door ruilverkaveling, het watermanagement van de boeren en waarschijnlijk nog andere oorzaken, zulke sloten van de Nederlandse aardbodem verdwenen. Althans ik zie nooit meer zo’n sloot. Ik zie alleen nog lelijke kaarsrechte greppels die een groot deel van het jaar droog staan en soms met een klein laagje vies water met groene drab. Het zou toch mooi zijn als we zulke sloten weer terug zouden kunnen laten keren in ons landschap. Maar ik vrees dat ik het zal moeten doen met mijn kleine vijvertje met een paar kikkers en salamanders en nog wat torretjes en libellenlarven. Zo lang we wereldkampioen landbouwexport willen blijven, zullen er geen mooie sloten zijn.
Misschien gaat de stikstofcrisis hier nog een handje bij helpen. Wie weet.


