De dwergenkamer

Vorige week zaterdagochtend vertrokken mijn zoon Harry, mijn schoonzoon Rein en ik naar Oostenrijk voor een weekje skiën.  De beslissing om te gaan was iets meer dan een week tevoren genomen en ik had nog net een appartement met 2 slaapkamers kunnen reserveren. Ik kende het dorp Königsleiten niet, maar het lag op 1650m hoogte en zou dus erg sneeuwzeker zijn. De reis verliep zeer voorspoedig totdat we op 40km voor de eindbestemming in een stilstaande file van anderhalf uur vertraging terecht kwamen. Daardoor moest ik (ik reed het laatste stuk) in het donker tientallen haarspeldbochten trotseren om uiteindelijk om half negen op 1650 meter hoogte bij het appartement te komen.

Königsleiten bleek een klein charmant dorp te zijn met slechts enkele restaurants die allemaal helemaal vol zaten met hoofdzakelijk Nederlanders die net iets eerder gearriveerd waren. Uiteindelijk vonden we een pizzeria die er verdacht leeg uitzag. We konden er toch een pizza eten die ons alle drie een groot deel van de nacht wakker hield.

De volgende dag, zondag dus, stonden we fris op de latten voor onze eerste fijne skidag. Die avond heeft Rein op de eerste zelfkookdag zijn onnavolgbare kookkunsten laten zien met een lekkere pasta waaraan Harry met zijn ontembare eetlust niet genoeg had. Snel nog wat pasta bij gekookt dus. Op dag 5 hadden de beide mannen voor mij een raclette maaltijd in een restaurant georganiseerd. Een Zwitsers kaasgerecht, maar dan in Oostenrijk. De avond begon vrolijk omdat we eerst in het verkeerde restaurant kwamen waar ze helemaal niets van raclette af wisten. We moesten een paar kilometer terug in het donker over de besneeuwde wegen.

Het appartement was bijzonder compleet en netjes. Het verdelen van de slaapplaatsen was eenvoudig. De twee jongsten (1.95m en 1.81m) kregen de slaapkamer met 2 eenpersoons bedden. In de andere slaapkamer stond een tweepersoons bed en nog een eenpersoons bed. Deze kamer was echter nogal bijzonder. In de reviews was ik meermaals gestuit op een opmerking over het schuine dak van die kamer. Mijn gedachte daarbij was: “Ach, dat is toch geen probleem, ik heb wel vaker onder een schuin dak geslapen”. Als kleinste van de drie Daltons kreeg ik deze kamer.

Maar het dak was niet alleen schuin, het was ook heel laag. De eerste avond stootte ik al mijn hoofd. Aangezien ik helaas niet meer uitgerust ben met een weelderige haardos zoals ik die heel lang geleden had, was al direct een stukje van mijn tere hoofdhuid verdwenen. De rest van de vakantie heb ik me gebukt en met een beschermende hand op mijn hoofd door de kamer bewogen (en zo weinig en kort mogelijk). Bij het slapen had ik er natuurlijk geen last van. Ik heb zelf de kamer de “dwergenkamer genoemd”.

De gondeltjes die ons de berg op moesten brengen, waren op ongeveer 400 meter afstand. Met skischoenen aan en ski’s en skistokken in je handen was dat toch wel een best stukje lopen waar ik het erg warm van kreeg in die dikke skikleren.

Op de voorlaatste dag kwamen we tot inzicht dat er onvoldoende onderzoek naar de omstandigheden was gedaan. Op 50 meter afstand, net om de hoek, liep een piste waar we zo op konden weg skiën. En aan het einde van de dag konden we bijna tot het appartement skiën.  De eerste dagen hebben we dus onnodig naar die gondels gekluund. Ik heb de beide mannen wel de schuld gegeven van deze domheid. De één heeft lang op scouting gezeten, de ander op de zeeverkenners. Hoe hebben ze dit nou kunnen missen. Maar goed, ik heb het ze vergeven. Op dag 3 kregen we een enorme bak verse sneeuw te verduren waardoor ik die dag maar een uurtje heb geskied.

De rest van de week hebben we van mooi weer en perfecte pistes kunnen genieten.

Een prachtig dorp en heel veel mooie pistes. De kans dat ik nog een keer naar Königsleiten  ga, is groot. Maar dan liever toch nog met de rest van de familie erbij en zonder dwergenkamer.

Een gedachte over “De dwergenkamer”

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *