Vorige week was de titel: “Blunderende ministers” en ik eindigde met “op naar de volgende afgang”. Die afgang heeft niet lang op zich laten wachten.
Het kabinet heeft besloten om een groep van 158 Afghanen die voor Nederland hebben gewerkt tijdens de militaire aanwezigheid in Afghanistan, toch niet samen met hun gezinnen te laten overkomen naar Nederland. Waarom is dat nu een afgang? Dat is zo omdat het vorige kabinet had besloten om dit wél te doen. VVD was onderdeel van die regering. Maar ook omdat BBB (toen alleen Caroline van der Plas en NSC (toen alleen nog Pieter Omtzicht) destijds ook vóór hebben gestemd. Terwijl Omtzicht in de afgelopen jaren ministers en kamerleden voortdurend de maat nam met morele kwesties. Nú terugdraaien is het toppunt van opportunisme. Maar het is ook onbarmhartig want deze mensen hebben onze Nederlandse militairen en ambtenaren beschermd. In Afghanistan zijn ze hun leven nu niet zeker. Ze moeten ondergedoken leven, steeds van adres veranderen, kunnen niet werken etc. Die mensen laten we nu gewoon stikken. Alle andere westerse landen hebben wel alle Afghanen die voor hen gewerkt hebben, terug gehaald. Waarschijnlijk willen de Ministers Veldkamp en Brekelmans net zo stoer zijn als Fabertje, het speelgoedkonijn van Geert Wilders.
Vroeger waren wij altijd het beste jongetje van de klas, nu meestal het slechtste jongetje. Ik schaam me!
Mijn VvE-avonturen
Zondag hebben we als bestuur vergaderd en lopende en nieuwe zaken besproken:
Over de meneer met betalingsachterstand (meneer O) heb ik contact gehad met een dame van de financiële afdeling van het beheerbedrijf. De schuld dateert al vanaf december. De deurwaarder is er mee bezig, maar de man reageert nergens op. Hij heeft ook al een dagvaarding ontvangen. Het ziet er niet goed uit.
De gesprekken over de geluidoverlast moeten nog gebeuren, maar er is nu al geruime tijd geen geluidoverlast meer geconstateerd. Dat ziet er wel goed uit.
De tuin tussen de twee rijen appartementen wordt verlicht door drie armaturen. Elk armatuur tegen een schuurtje behorend bij een appartement. De lampen waren kapot en één van de bestuursleden besloot de lampen te vervangen. Al doende ontdekte hij dat de lampen aangesloten zijn op het circuit van het schuurtje, dus van het appartement. Dat betekent dat het stroomverbruik van de algemene verlichting betaald wordt door bewoners van die drie appartementen. Dat is een merkwaardige constructie en we onderzoeken nu hoe dit beter kan. Ik kan me ook voorstellen dat de betreffende bewoners enige compensatie gaan verlangen. Ook dit wordt vervolgd.
Er zijn nog een aantal huurappartementen. In vier daarvan wonen mensen die op de één of andere manier aandacht behoeven.
- Een appartement met iemand die niet goed meer voor zichzelf kan zorgen. Er komt thuiszorg, maar de woning is vervuild.
- In een ander appartement woont iemand die ze de scooterman noemen. Hij repareert scooters. Daar is niets mis mee, ware het niet dat hij dat in zijn huiskamer doet. Hij test de scooters door het gas even open te draaien, ook ’s nachts.
- In een derde appartement woont een Surinaamse man die enige tijd geleden een vrouw met drie kleine kinderen uit Suriname in huis heeft genomen. De vrouw en de kinderen slapen in de huiskamer op de vloer en hij slaapt in de slaapkamer. De vrouw krijgt af en toe klappen en wordt wel eens buiten gesloten.
- En dan is er een appartement waar in het verleden drugs verhandeld werden. Het appartement is verzegeld geweest. Andere bewoners denken dat het probleem weer terug is.
Dit zijn huurappartementen die onder de verantwoordelijkheid van de woningbouwvereniging vallen. Ik heb inmiddels met de gebiedscoördinator van de woningbouwvereniging gesproken en die is direct aan de slag gegaan met instanties die zich daarmee moeten bemoeien.
Ik kan me voorstellen dat jullie je afvragen: “Waarom begint hij aan zoiets? Een VvE op 150km afstand”. Ten eerste omdat mijn zoon in één van de appartementen woont. Maar ook omdat het een leuk complexje is, gelegen aan een park aan een doodlopend rustig straatje. Maar het zou nog veel leuker kunnen zijn. Mijn handen jeuken dan om eens even de boel op te schudden en de eigenaren aan het werk te zetten om het nog veel leuker te maken. Ten derde vind ik het leuk om een stel “jonge” mensen enthousiast te maken om verantwoordelijkheid te nemen voor hun eigen leefomgeving. Ik hoop dat over twee jaar één van de eigenaren mijn rol kan overnemen.
