Het leven op de camping

Zoals ik vorige week schreef, verbleven wij enige tijd op de camping. Mensen vragen soms (ik vraag me dat soms ook af): “Wat is er leuk aan het leven op een camping?” Ik zal proberen enkele aspecten te beschrijven.

Een paar jaar geleden vertelde ik al eens over twee soorten campinggasten. Mensen die naar de grond kijken als ze over de camping lopen en mensen die vooruit en om zich heen kijken. Als je over de camping loopt, passeer je andere campinggasten die voor hun tent, caravan of camper zitten. Die zeg je dan gedag. Of niét, en kijk je naar de grond. Maar als je niet naar de grond kijkt, moet je héél vaak gedag zeggen, iedere keer als jij langs loopt. Ik behoorde altijd tot die eerste categorie, de gedagzeggers. Daar ben ik nu mee gestopt, daar heb ik geen zin meer in. Ik zeg iedereen 1x gedag en daarna niet meer. De rest van de dag kijk ik vrolijk voor me uit en zeg niets meer.

Net als thuis ontstaan er op de camping vaste rituelen. Eén ervan is het legen van de wc. In de caravan zit een klein toilet waar de nachtplasjes in gedaan kunnen worden. Zo’n toilet moet regelmatig leeg gemaakt worden. Je trekt een soort doos uit een luikje en gooit de inhoud ervan ergens op de camping in een speciaal chemisch toilet. Vervolgens even naspoelen en klaar is Kees.

Het bijzondere is echter dat dit altijd gebeurt door mannen. Ik heb in mijn kampeercarrière nog nooit een vrouw de wc zien legen. Ik vind het niet erg, maar wel bijzonder. Het is nooit zo afgesproken, maar gewoon zo gegroeid. Maar omdat het kennelijk bij iedereen zo gaat, lijkt het een biologische oorzaak te hebben. Sommige mannen doen het met speciale handschoenen aan. Alsof ze bang zijn een verschrikkelijke ziekte op te lopen. Het is echt niet noodzakelijk om je handen in de straal te houden tijdens het leeggieten. Het is wel zo dat niet op iedere camping deze dumpvoorziening even handig ingericht is. Maar op de camping waar we tot gisteren stonden, was het prima in orde.

In de caravan zit geen vaatwasmachine. Dat moet dus ouderwets handmatig gebeuren. Bij dit dagelijks terugkerende onderdeel heeft gelukkig enige emancipatie plaats gevonden. Dat wordt namelijk zowel door mannen als door vrouwen gedaan. Gezellig op een centrale plaats, waar geanimeerde gesprekken ontstaan tussen de campinggasten. Meestal gaat het over het weer, de omgeving, de fietstochten, de slechte WiFi of soms, als het geen goede camping is, over het ontbreken van warm water. Niet echt diepgravende gesprekken dus. Maar ja, dat wil je tijdens de vakantie ook niet.

Soms heb je het geluk van een ongeplande leuke ervaring. Dinsdag gingen we een tochtje rond het Veerse Meer maken. We dachten over de dam van Walcheren naar Noord Beveland te gaan fietsen, maar kwamen uit bij de veerboot bij Veere. Toen het veerbootje aanmeerde zagen we tot onze verbazing dat het bootje compleet vol gestouwd was met wel 100 fietsen die één voor één werden uitgeladen door de schipper.

Bij iedere fiets riep hij het merk waarna de rechtmatige eigenaar hem moest aanpakken. Er was één fiets bij met een afwijkende naam, namelijk: “Fiets zonder accu”, hetgeen een hoop hilariteit opleverde. De boot was bij onze overtocht niet zo heel vol, maar aan de overkant stond alweer een enorme rij te wachten om naar Veere overgezet te worden. Wij vroegen ons af of al die mensen wel mee zouden kunnen. Het maximum aantal was namelijk 100.

Voor mij zijn er twee voorwaarden die het leven op de camping aangenaam kunnen maken.

  • Goed weer, maar dat hebben we niet in de hand. We zijn echte mooi-weer-kampeerders. Dus als het koud is, zoals in april en mei, hup in de auto en naar huis. Idem met regen.
  • Goed sanitair. Daarmee bedoel ik niet alleen dat het goed werkt, maar ook dat het netjes en schoon is en blijft. Op deze camping is een toiletgebouw waar muziek gedraaid wordt. De radio staat aan op Q-music of Sky-radio. Dat is heel prettig. Want aangezien de meeste toilethokjes op campings aan onder-en bovenkant niet geheel gesloten zijn, ben je je nogal onaangenaam gewaar van wat jouw buurman of buurvrouw aan het doen is. Zeker als je gewend bent om wat rust te nemen op het toilet, kan het gebeuren dat je meer dan één buurman of- vrouw voorbij hoort komen. Als de muziek luid genoeg staat, blijft het geluid van de buren je enigszins bespaard.

Sinds we in het bezit zijn van twee e-bikes (klinkt veel chiquer dan elektrische fietsen), verkennen we onze vakantie-omgeving per fiets. Dat gaat vaak gepaard met koffie en appeltaart of een heerlijk ijsje ergens onderweg (dat geldt meer voor mij dan voor Marleen). Aangezien we behoren tot de “vague blanche” zien we op de fietspaden vrijwel alleen grijze en/of kale hoofden. Wij fietsen meestal met een rustige snelheid van 17 á 18 km per uur, we hebben geen haast. Maar veel van die “senioren” vinden het noodzakelijk om de fiets op zijn hoogste ondersteuning en hoogste versnelling te zetten en ons voorbij te zoeven. Ik vraag me dan af of ze zo snel mogelijk weer op de camping willen zijn om op tijd het toilet te kunnen halen of dat ze gewoon veel langere tochten maken dan wij doen. Ik moet er nog eens een onderzoekje aan wijden. Overigens schreef ik “vague blanche”, maar aangezien het percentage Duitser in Zeeland buitensporig hoog is, zou ik eigenlijk de term “grauwe Welle” moeten gebruiken.

Het is bijvoorbeeld ook prettig dat je zo maar even naar het strand kunt fietsen om daar van de rust te kunnen genieten in plaats van met de auto naarstig naar een parkeerplaats te moeten zoeken die ook nog eens krankzinnig duur is (dagkaart €40 of zo).

Maar wat maakt het leven op de camping nu zo aantrekkelijk? De caravan (in ons geval) is een klein huisje. Wat betreft huishoudelijke taken ben je snel klaar. Het leven is er dus nogal simpel en je bent wel uit de dagelijkse sleur. Eigenlijk gaat het slechts daar om. Al het bovenstaande is bijzaak.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *